2

 

Kinderfysiotherapie bij peuter & kleuter

Op de peuter- en kleuterleeftijd leert een kind heel veel vaardigheden. Dit varieert van springen tot fietsen en van kleuren tot het veterstrikken. Uw kind kan moeite hebben met deze motorische vaardigheden, waardoor het zich niet zo ontwikkelt en beweegt als andere kinderen van zijn of haar leeftijd. Het kind kan zich trager ontwikkelen, waardoor het niet goed mee kan komen met grofmotorische vaardigheden als rennen en huppelen, klimmen en klauteren. Het kind kan bang zijn bij het los leren fietsen, terwijl hij het gezien zijn leeftijd al zou moeten kunnen. Door houterigheid en onhandigheid kan een kind opvallen tijdens de gymles en kan het soms niet goed mee doen met andere kinderen. We zien regelmatig kinderen, die veel vallen, botsen en struikelen.

Ook als uw kind problemen heeft met fijnmotorische vaardigheden als kleuren en tekenen, knippen en knutselen kunt u bij ons terecht in de kinderfysiotherapiepraktijk.

Kinderen met handicaps en chronisch zieke kinderen zijn beperkt in hun bewegen. We helpen ze leren omgaan met hun mogelijkheden en zich optimaal te ontwikkelen. 

Signalen & Indicaties

Wanneer moet u met uw kind naar de kinderfysiotherapeut? Hieronder volgt een lijst met signalen, die erop kunnen wijzen, dat er problemen zijn in het motorisch functioneren van uw kind.

Welk motorisch gedrag kan wijzen op een sensomotorische stoornis?


Wanneer uw kind:

- angstig wordt en gaat huilen als het wordt bewogen

- niet houdt van stoeien en wilde spelletjes

- niet durft te schommelen

- meer moeite heeft met of angstig is bij het aanleren van nieuwe motorische vaardigheden zoals zwemmen, zonder zijwielen fietsen, klimmen en klauteren.

- met huilen reageert of zich terugtrekt in onverwachte en nieuwe situaties

- het vervelend vindt om vieze handen te maken

- het vervelend vindt om aangeraakt te worden

- vaak valt of ergens tegenaan loopt

- bewegingen te hard doet of te zacht

- vaak voorwerpen laat vallen, kleine ongelukjes heeft of regelmatig dingen omstoot

- moeite heeft om zich te concentreren

- moeilijk stil kan zitten

- moeite heeft met gymnastiek

- houterig beweegt of langzaam

- niet van knippen, plakken, knutselen, tekenen en kleuren houdt

- moeite heeft met schrijven

- een matige lichaamshouding heeft bijvoorbeeld een kromme of holle rug

- snel vermoeid is

- problemen met de luchtwegen heeft

- gewrichten heel ver kunnen worden bewogen of juist niet ver genoeg

- er verschil is in bewegen tussen de linker en de rechter lichaamshelft

- er verschil is in bewegen tussen de bovenste en de onderste lichaamshelft

- uw kind achteruit gaat in zijn functioneren.

Als een kind een sensomotorische ontwikkelingsachterstand heeft, is het heel goed mogelijk dat het zich daardoor ook op andere gebieden minder goed ontwikkelt.

Zo kunnen er bijvoorbeeld sociaal-emotionele problemen ontstaan, doordat het kind weinig zelfvertrouwen heeft. Het contact met andere kinderen kan afwijkend verlopen. Het kind trekt zich terug of er zijn veel confrontaties met leeftijdsgenoten. Ook kan het zijn, dat het kind juist speelt met veel jongere kinderen.

Het is daarom van groot belang vroegtijdig te starten met de juiste zorg, zodat het kind op alle gebied zich optimaal kan ontwikkelen.

Onderzoek

We beginnen meestal met een aantal vragen aan het kind en u als ouder. Dit betreft vragen over waar het kind tegenaan loopt en over de voorgeschiedenis, waaronder zwangerschap en geboorte. Als het moeilijk of vervelend is voor uw kind om bij dit vraaggesprek aanwezig te zijn, dan geven we een oudervragenlijst mee, zodat u thuis één en ander kunt invullen en we in een later gesprek hierop terugkomen.

De eerste keer kijken we naar waar uw kind problemen mee heeft. We observeren hoe het kind beweegt en dit gaat spelenderwijs. In een vervolgsessie nemen we waar nodig specifieke motorische testen af, waarbij het kind vergeleken wordt met leeftijdsgenoten. Zo krijgen we een beeld van de problematiek. Als de observatie rond is, volgt er een oudergesprek, waar de resultaten van de observatie en de tests uiteengezet worden. Meestal gebeurt dit zonder het kind, omdat het vervelend kan zijn om over uw kind te praten, waar het kind zelf bij is. We nemen, met uw toestemming, contact op met de huisarts of eventuele andere verwijzer, peuterleidster of de leerkracht om informatie over uw kind uit te wisselen. 

Behandeling / Adviezen

Wanneer het kind onder behandeling komt, stellen we een behandelplan op, dat we met u doorspreken. Spelenderwijs proberen we de motorische ontwikkeling van uw kind te stimuleren. Daarvoor hebben we onze ruimte en ons materiaal speciaal aangepast, zodat uw kind zich snel op zijn gemak zal voelen en plezier beleeft aan het bewegen.

Op die manier gaat het motorisch leren sneller. We geven adviezen voor thuis, die we proberen zoveel mogelijk tijdens de dagelijkse activiteiten in te passen. Wanneer het nodig is, kunnen we een bezoek aan de peuterspeelzaal of de klas brengen om het kind daar te observeren en te overleggen hoe het kind het beste te stimuleren.


Naar boven

 

Banner fysio verzekering